ALOË VERA PLANT  

De Aloë Vera plant lijkt op de agave, maar is familie van de lelie. Er zijn meer dan 200 verschillende soorten. De voor de geneeskunde en cosmetica meest waardevolle Aloë Vera is de Aloë Vera Barbadensis Miller. De plant is vernoemd naar de botanicus Miller.

MYTHE, TRADITIE, OVERLEVERING

De geschiedenis van de Aloë Vera plant is al sinds de oudheid bekend. De plant wordt genoemd om zijn wonderbaarlijke, genezende eigenschappen. Aloë Vera wordt al vermeld in bronnen uit de 4-de eeuw voor Christus.

Toen Mozes door de woestijn trok, werd de Aloë Vera plant als ‘medicijnkast’ meegenomen.
Bij het Joodse volk staat deze plant voor ‘een lang leven’.
Voor de Indiaanse medicijnmannen is ze één van de ‘zestien heilige planten’. De indianen spraken van ‘de hemelse betovering”. 
Nomaden in Afrika noemen haar de ‘woestijnlelie’. 
Voor Columbus was het de ‘arts in de pot’ tegen zonnebrand en insectenbeten.
De farao’s hielden het op ‘elixer voor een lang leven’.
De Amerikanen noemen haar ‘de heilige genezer’.

De oudste illustratie van de Aloë Vera stamt uit 512 na Christus. En is van Diocurides arts en farmacoloog. Diocurides wist dat de melkachtige gel van het blad van de Aloë Vera plant de wondgenezing versnelt.  

In de Bijbel staat de Aloë Vera beschreven als een conserverings- en balsemmiddel. 

In de jaren dertig van de twintigste eeuw, toen voor het eerst bij kanker bestralingstherapie werd gebruikt, werd de Aloë Vera herontdekt. Ze wordt met veel succes ingezet als wondgenezer en bij brandwonden. De volksgeneeskunde zweert bij haar pijnverzachtende, antibiotische en ontstekingsremmende eigenschappen.

Scroll Up